Reanimatie Lisserbroek

Reanimatie Lisserbroek

 

Wet- en regelgeving

Basale reanimatie en AED

Bij een hartstilstand buiten het ziekenhuis is de keten van overleving bepalend voor de overlevingskans. Na de snelle oproep van een ambulance via 112, is directe basale reanimatie - hartmassage en beademing- tot de defibrillator is aangekoppeld, een cruciale handeling. In ons land is de AED, de automatische externe defibrillator, in toenemende mate beschikbaar. Dat is belangrijk want met een AED kan een getrainde leek, in veel gevallen, het hart met een defibrillatieschok het eigen hartritme en de pompkracht teruggeven. Directe basale reanimatie en defibrillatie binnen de eerste zes minuten na een hartstilstand bieden, zo blijkt uit onderzoek, een overlevingskans van 70%. De AED, die de hulpverlener via gesproken opdrachten aanstuurt, is een veilig en betrouwbaar apparaat. Leken mogen de AED bedienen. Er zijn geen wettelijke bezwaren. Hieronder treft u de samengevatte wet- en regelgeving aan.

Levens redden moet
Het Wetboek van Strafrecht (artikel 450) is duidelijk: hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Voor de politie is het redden van levens, één van de twee kerntaken: "De politie heeft tot taak (?) te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dit behoeven." (Politiewet, artikel 2).

Levens redden kan
Ten aanzien van het gebruik van de AED heeft de Gezondheidsraad het advies "Toepassing van de AED in Nederland" uitgebracht (21 februari 2002). In dit advies stelt de Gezondheidsraad dat de AED een nieuwe technologische verworvenheid is die, ook bij toepassing door leken, zó veilig is dat het wenselijk is om defibrillatie met de AED niet als voorbehouden handeling aan te merken in de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (wet BIG). Dit advies is door de minister van VWS overgenomen (Kamerstukken 28000 XVI, nr. 113 en CZ/IZ-2666223). Dit betekent dat iedere getrainde leek een AED kan en mag bedienen. Medewerkers van de brandweer mogen in noodgevallen en onder voorwaarden de AED gebruiken. (Beleidsvisie First Responders in relatie tot de ambulancezorg, 17 augustus 2004).

In april 2005 nam de Tweede Kamer een motie aan inhoudende dat alle politiemotorvoertuigen met een AED uitgerust moeten worden (Kamerstuk 29628, nr. 12). Tot op heden heeft de minister van Binnenlandse Zaken deze motie niet uitgevoerd. Hoewel het officiële standpunt van de Raad van Hoofdcommissarissen nog steeds afwijzend is, lijkt dit te kenteren. In hoeverre politievoertuigen worden uitgerust met een AED wordt aan de hand van de lokale situatie (zoals bijvoorbeeld aanrijtijden van de ambulances) bepaald. (Notitie Kerntaken, oktober 2005, p13)

 

Bron: Nederlandse Hartstichting